Historie en verbouwingen

Hendrik Verhees tekende de Breugelse kerk op 18 mei 1791, gezien vanaf de zuidzijde. De patronaatsrechten van deze kerk berustten bij het kapittel van Sint Oedenrode. De eerste pastoor die genoemd werd is uit 1460, wellicht bestond er voordien al een parochie. De kerk had de rang van media ecclesia en zou in 1520 vier altaren hebben gehad. Het oude tongewelf heeft mooie beschilderingen gehad. Tussen 1890-1910 is er een stucgewelf over aangebracht, in 1959-1960 is de oorspronkelijke vorm gereconstrueerd en is de oude blauwgroene kleur weer teruggebracht.


De éénbeukige kerk is in de zestiende eeuw uitgebreid met dwarsbeuken. De zuider-dwarsbeuk had een soort trapgevel, evenals het ingangsportaaltje in de laatste travee van het schip. De hoofdingang bevond zich, aan de westzijde in de toren. De toren maakt deel uit van de middeleeuwse kerk en heeft, met de drie geledingen en de overhoekse steunberen aan de westzijde, enkele karakteristieke kenmerken voor onze streek. De bouwgeschiedenis van de kerk (op grond van baksteenformaten) wordt als volgt beschreven:
Fase 1: Een kleine of geen toren, een laag schip, een laag of geen dwarsschip en een klein koor.
Fase 2: Toevoeging van het huidige koor.
Fase 3: Toevoeging van de huidige toren.
Fase 4: Bouw van het huidige schip.
Fase 5: Bouw van de transepten die in 1822 werden afgebroken. Voor de datering van de bouwfasen missen we de gegevens.
De gevelnissen in de westgevel van het koor, komen aan de middeleeuwse dorpskerken voor zover we die kennen, niet voor. Wel vertonen ze sterke overeenkomsten met de versieringen van de toren aan de zuidhoek van kasteel Croij, en aan de trapgevel daarnaast. Deze oudste delen van het kasteel zouden kort vóór 1472 tot stand zijn gekomen. We menen dan ook dat het koor van de kerk uit het midden van de vijftiende eeuw moet stammen. Het eerste (smallere) schip met de toren zal niet meer dan een kwart eeuw daarna zijn gebouwd. Verbreding van het schip tot de huidige breedte en bouw van de huidige kap met gewelf, kan nogmaals 25 jaar later worden gedateerd. De beide dwarspanden kennen we niet anders dan uit de tekening van Verhees. We weten van de verschijningsvorm daarvan maar heel weinig, maar het is niet te verwachten dat de bouw daarvan veel later dan rond 1525 zou zijn gerealiseerd.
De kerk van Breugel is in veel opzichten bijzonder. De eenvoudige éénbeukige hoofdopzet met daartegenover weer het stenen gewelf in het koor en het relatief vele beeldhouwwerk en de versiering in de westgevel van het koor, getuigen daarvan. Het merkwaardige fries onder de dakvoet van zowel het koor als het schip dat bestaat uit keperboogjes is in onze streek uniek. Ook de versieringen aan de toren hebben iets eigenzinnigs. Een vergelijkbaar voorbeeld hebben we dan ook niet kunnen vinden. De ligging van de kerk, aan de rand van het Dommeldal, is bijzonder fraai en gelukkig grotendeels nog ongeschonden gebleven.


Bron: De Sint Genovevakerk van Breugel door Herman Strijbosch, Heem Son en Breugel 1991 nummer 4.

Bekijk de online routekaart.