Het middeleeuwse wereldbeeld; Contrastharmonie

Onder invloed van het Christendom ontstond tijdens de middeleeuwen een nieuw beeld van het landschap om de mensen heen. Dit wordt ook wel  de ‘kerstening van het landschap’ genoemd. Binnen het gekerstende landschap was sprake van een ‘contrastharmonie’. Het landschap werd verdeeld in een door de mens bewoonde en gecultiveerde ‘binnencirkel’, en een ‘buitencirkel’, van woeste heidegronden en moerassen. Tot de binnencirkel behoorden de kerk en de dorpskern, het goede en goddelijke. De moerassen en wateren in de buitencirkel werden nauw geassocieerd met de duivel. Bijna elk dorp kende één of meer moerassen 'klokkekuilen' waarin de duivel christelijke kerkklokken had laten verzinken.  Los daarvan bewoonden ook kleine vuurgeesten of ‘dwaallichten' de moerassen als zielen van ongedoopte kinderen die geen rust konden vinden. De heidevelden waren het domein van andere vuurgeesten 'gloeiigen', die gestorven zondaren waren die eveneens rust zochten. De ontmoetingsplaatsen van heksen bevonden zich op de heide en ook de vaak met heksen geassocieerde hazen woonden daar. Kabouters, en soms ook de duivel, bewoonden de zandheuvels in de heide. De galgen waar criminelen werden geëxecuteerd, werden bijna altijd opgericht op locaties in de heide, vaak ook te vinden bij gemeentegrenzen en grenspalen.

 

Schematische weergave van de contrastharmonie

Bekijk de online routekaart.