Array

De Kempische gotiek is een bouwstijl die in de 15e eeuw ontstond in de Kempen en daar op grote schaal werd toegepast bij de bouw van de bovengenoemde nieuwe kerken. De Kempische gotiek wordt algemeen beschouwd als een variant van de Brabantse gotiek. Deze stijl kenmerkt zich als plattelandsvariant door een sterke vereenvoudiging van de klassieke gotiek. De kerken hebben een (pseudo)basilicale plattegrond, waarbij de zijbeuken afgedekt worden door een lessenaarsdak. Het schip en de zijbeuken zijn meestal in hout en slechts in enkele gevallen in steen overwelfd; luchtbogen ontbreken in het geheel. Het koor heeft een stenen gewelf. Portalen hebben meestal de vorm van een korfboog. De kerken van de Kempische Gotiek zijn sober van vorm, niet erg hoog, hebben een kooromgang en zijn uitgevoerd in baksteen. In deze streek werd geen natuursteen gevonden, die zo kenmerkend was voor de klassieke Gotiek. Grote boogopeningen, ramen en in het oog springende details zijn steeds met een spitsboog uitgevoerd Het meest karakteristiek voor de Kempische gotiek zijn de monumentale bakstenen Westtorens. Deze torens bestaan vaak uit drie lagen (geledingen) met galmgaten in de bovenste. Soms zijn ze geheel onversierd en hebben ze ook geen steunberen. Waar wel steunberen aanwezig zijn deze vaak  gecombineerd met een veelhoekige traptoren. Een steunbeer of contrefort is een muurverzwaring om de muur te versterken en de zijdelings druk of spatkrachten van de op de muur rustende gewelven, luchtbogen of kappen op te vangen en naar de fundering af te voeren. In Nederland zijn weinig kerken in de stijl van de Kempense gotiek bewaard gebleven. Talrijker zijn de bewaard gebleven torens. Juist dat maakt deze St. Clementskerk zo bijzonder.

Het exterieur en vooral het dichtgespijkerde, en niet te bezichtigen interieur, vertonen sporen van een neogotische herstelling. De pilaren in het interieur hebben koolbladkapitelen: een grote zeldzaamheid in een dorpskerkje van dergelijke afmetingen.

Bekijk de online routekaart.