Heksenprocessen in Mierlo

Heksenprocessen in Mierlo

In de Middeleeuwen zag men hekserij vaak als heidens overblijfsel. Uitoefenaars van verschillende soorten magie werden op den duur aan elkaar gelijk gesteld. Het negatieve beeld van de "heks" ontstond. In het Europa van de Middeleeuwen bracht de Kerk toverij in verband met de duivel. Satan en de Antichrist, waren de grote vijanden van de Kerk. Goed en Kwaad, Licht en Duister voerden een eeuwige strijd. Het nog vrij onschuldige volksgeloof in heksen en demonen werd pas echt gevaarlijk na de 15e eeuw: heksen werden vanaf die tijd door de kerk beschouwd als duivelaanbidders en niet meer als onschuldige heidense kruidenvrouwtjes of medicijnmannen zoals tijdens de voorafgaande Middeleeuwen.

De heksenprocessen die in 1595 in de buurt van Mierlo plaatsvonden, vormden een onderdeel van een grotere reeks in het Peelland en de Meierij van Den Bosch. Dit gebied viel toen onder het gezag van de Zuidelijke Nederlanden, met als bestuurscentrum Brussel. De processen hangen samen met de toegenomen heksenangst en het strengere vervolgingsbeleid van die jaren. Reeds vanaf de 14e eeuw werden heksen vervolgt. In 1484 verschijnt een pauselijke bul tegen dehekserij van paus Innocentius VIII. De officiëlevervolging van heksen begint in 1486. TweeDominicaner monniken, Henricus Krämer enJacobus Sprenger geven in dat jaar op verzoek vande paus een handboek uit, de "Malleusmalificarum " [De Heksenhamer]. In dit boek wordt de ervaring neergelegd die is opgedaan inheksenprocessen uit voorafgaande jaren. Men konvoortaan met hulp van de Heksenhamer heksenopsporen en herkennen.


In 1592 kreeg de bisschop van Den Bosch uit Brussel een namens koning Filips II op 20 juli verzonden schrijven, waarin ernstig werd gewaarschuwd tegen de meer en meer toenemende toverij. De brief is niet alleen aan de kerkelijke overheden van de Zuidelijke Nederlanden gericht, maar ook aan de wereldlijke rechtscolleges. In de brief wordt gesteld dat de toename van de toverij het gevolg is van de overal heersende ketterij en geloofsafval. De duivel gebruikt de toverij om de mensen te verderven. Van de soorten duivelse magie wordt een lange lijst gegeven. De bisschoppen wordt opgedragen om de gelovigen via de preekstoel te laten waarschuwen voor de toegenomen hekserij. Maar niet té uitvoerig, want dat zou het kerkvolk alleen maar nieuwsgierig maken en op ideeën brengen. De wereldlijke rechters wordt aangezegd om strenge en voorbeeldige straffen voor dit soort misdrijven op te leggen. De tenuitvoerlegging van deze ordonnantie moet de heksenwaan en de angst voor heksen flink hebben aangewakkerd.
In Mierlo was in het jaar 1595 de dienstmaagd van de pastoor ervan beschuldigd dat zij een kind door liefkozing betoverd zou hebben. De heer van het dorp zou zij hebben willen beheksen door middel van peren. Tijdens het proces had zij gezegd dat zij vijfentwintig jaar geleden een leugen niet had willen bekennen en bij de duivel had gezworen dat zij - indien zij niet de waarheid sprak hem met ziel en lichaam wilde toebehoren. Het feitelijk verbond met de duivel zou zij acht jaar daarvoor gesloten hebben in de tijd dat zij bij de bisschop in Den Bosch diende.

Zij noemde ook verscheidene vrouwen, met wie zij op Sint-Janskerkhof had gedanst. Van Mierlo sloeg de razernij naar Lierop over. Bij de waterproef dreven allen, behalve een vrouw van dertig jaar en een van de slechts twee mannen, die beschuldigd waren. Deze beide werden dan ook vrijgelaten. Vijftien in ’t geheel, allen straatarm. Ze werden berecht en omgebracht. De heer van Lierop liet ook sommige bemiddelden voor grof geld de straf afkopen.
Al de anderen bekenden in hoofdzaak 't zelfde. Zij hadden ieder een duivel tot minnaar. Deze vrijers beloofden veel geld en goed van deze wereld, maar hebben dat niet gegeven en lieten hen het Christendom of kortweg God verloochenen. Ze voerden haar ten dans, in 't 'oude goor' te Mierlo en elders in de omgeving of wel leerden haar daarheen te vliegen met behulp van een zalf van mensenvet, waarmee ze zicht moesten insmeren.

Bekijk de online routekaart.